Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

Niet van toepassing.

 

2  Uitgangspunt.

    

Tellen is het vaststellen van het precieze aantal van een hoeveelheid objecten door het opnoemen van de telwoorden door herhaaldelijk optellen van het getal één bij de vorige uitkomst [1].

Ø  Bron: Wikipedia.

 

Het eerste telwoord is één, wél of niét gevolgd door opvolgend telwoord.

 

Getal = 1(+óf-) alef nul(+óf-) is een ß gedeelte van getal(+óf-) alef nul(+óf-) [8].

Tellen is taal [15].

Rekenkundige tekens worden in woorden vertaald [17].

Stelling 1 t/m 18 is waar [19].

 

3  Samenvatting.

 

3.1    Algemeen.

 

Niet van toepassing.

 

3.2    Conclusies.

 

Er is telwoord één, … [1].

 

Telkundig gebruik van uitsluitend operator + is toegestaan [2].

Rekenkundig gebruik van zowel operator + als - is toegestaan [5].

 

Telkundig gebruik van operator + met uitsluitend getal = 1(+én-) alef nul(+én-) is toegestaan [6].

 

Rekenkundig gebruik van operator + met zowel getal = 1(+óf-) als ≠ 1(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [9].

Rekenkundig gebruik van operator + en - met zowel getal = 1(+óf-) als ≠ 1(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [10].

 

Telkundige uitkomsten is uitsluitend exact [11].

Rekenkundige uitkomsten is zowel exact als globaal [14].

 

Tellen vereist uitsluitend taalvaardigheid [15].

Rekenen vereist zowel reken- als taalvaardigheid [18].

 

Rekenen en tellen zijn elkaars tegenpolen met tegengestelde kenmerken [19].

 

4  Onderbouwing.

 

1   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Tellen is het vaststellen van het precieze aantal van een hoeveelheid objecten door het opnoemen van de telwoorden door herhaaldelijk optellen van het getal één bij de vorige uitkomst.

Ø  Bron: Wikipedia.

o   Het eerste telwoord is één, wél of niét gevolgd door opvolgend telwoord.

2      Is ook waar:

o   Er is telwoord één, ….

3      Conclusie:

o   Er is telwoord één, ….

2   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Tellen is het vaststellen van het precieze aantal van een hoeveelheid objecten door het opnoemen van de telwoorden door herhaaldelijk optellen van het getal één bij de vorige uitkomst [1 (Als waar is:)].

Ø  Bron: Wikipedia.

o   Het eerste telwoord is één, wél of niét gevolgd door opvolgend telwoord.

2      Is ook waar:

o   Telkundig gebruik van uitsluitend operator + is toegestaan.

3      Conclusie:

o   Telkundig gebruik van uitsluitend operator + is toegestaan.

3   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Telkundig gebruik van uitsluitend operator + is toegestaan [2].

2      Is ook waar:

o   Rekenkundig gebruik van uitsluitend operator - is toegestaan.

Of.

o   Rekenkundig gebruik van zowel operator + als - is toegestaan.

3      Conclusie:

o   Er is keuze.

Stel: Rekenkundig gebruik van uitsluitend operator - is toegestaan.

 

4   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Rekenkundig gebruik van uitsluitend operator - is toegestaan.

o   ß som * ß gedeelte = ß geheel [Rekenregels].

Ø  Is het dynamisch ß.

Het rekenproces kent zowel meerdere tussenresultaten als één eindresultaat.

Is toegestaan.

o   Bewerking: * vereist het meermalige [Rekenregels].

o   Telkundig gebruik van uitsluitend operator + is toegestaan [2].

o   Er is getal 2(+óf-) * 5(+óf-) = 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) plus 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) = 10(+óf-) als rekenresultaat [Rekenregels].

2      Is ook waar:

o   Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o   Stelling: ‘Rekenkundig gebruik van uitsluitend operator - is toegestaan‘, is onwaar.

5   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Stelling: ‘Rekenkundig gebruik van uitsluitend operator - is toegestaan‘, is onwaar [4].

2      Is ook waar:

o   Stelling: ‘Rekenkundig gebruik van zowel operator + als - is toegestaan ‘, is waar.

3      Conclusie:

o   Rekenkundig gebruik van zowel operator + als - is toegestaan.

6   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Tellen is het vaststellen van het precieze aantal van een hoeveelheid objecten door het opnoemen van de telwoorden door herhaaldelijk optellen van het getal één bij de vorige uitkomst [1 (Als waar is:)].

Ø  Bron: Wikipedia.

o   Het eerste telwoord is één, wél of niét gevolgd door opvolgend telwoord.

2      Is ook waar:

o   Telkundig gebruik van operator + met uitsluitend getal = 1(+én-) alef nul(+én-) is toegestaan.

3      Conclusie:

o   Telkundig gebruik van operator + met uitsluitend getal = 1(+én-) alef nul(+én-) is toegestaan.

7   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Telkundig gebruik van operator + met uitsluitend getal = 1(+én-) alef nul(+én-) is toegestaan [6].

2      Is ook waar:

o   Rekenkundig gebruik van operator + met uitsluitend getal ≠ 1(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan.

Of.

o   Rekenkundig gebruik van operator + met zowel getal = 1(+óf-) als ≠ 1(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan.

3      Conclusie:

o   Zie conclusie.

Stel: Rekenkundig gebruik van operator + met uitsluitend getal ≠ 1(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan.

 

8   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Rekenkundig gebruik van operator + met uitsluitend getal ≠ 1(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan.

o   ϗ som * ß gedeelte = ϗ geheel [Rekenregels].

Ø  Is het dynamisch ϗ.

Het rekenproces kent uitsluitend een ß tussenresultaat.

Is toegestaan.

o   Alef nul(+óf-) is de ϗ verzameling van zowel alle gebroken als gehele getallen(+óf-) <> 0(+óf-) [Alef].

o   Getal = 1(+óf-) alef nul(+óf-) is een ß gedeelte van getal(+óf-) alef nul(+óf-).

2      Is ook waar:

o   Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o   Stelling: ‘Rekenkundig gebruik van operator + met uitsluitend getal ≠ 1(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan’, is onwaar.

9   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Stelling: ‘Rekenkundig gebruik van operator + met uitsluitend getal ≠ 1(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan’, is onwaar [8].

2      Is ook waar:

o   Stelling: ‘Rekenkundig gebruik van operator + met zowel getal = 1(+óf-) als ≠ 1(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan’, is waar.

3      Conclusie:

o   Rekenkundig gebruik van operator + met zowel getal = 1(+óf-) als ≠ 1(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan.

10 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Rekenkundig gebruik van operator + met zowel getal = 1(+óf-) als ≠ 1(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [9].

o   Rekenkundig gebruik van zowel operator + als - is toegestaan [5].

2      Is ook waar:

o   Rekenkundig gebruik van operator + en - met zowel getal = 1(+óf-) als ≠ 1(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan.

3      Conclusie:

o   Rekenkundig gebruik van operator + en - met zowel getal = 1(+óf-) als ≠ 1(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan.

11 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Tellen is het vaststellen van het precieze aantal van een hoeveelheid objecten door het opnoemen van de telwoorden door herhaaldelijk optellen van het getal één bij de vorige uitkomst [1 (Als waar is:)].

Ø  Bron: Wikipedia.

o   Het eerste telwoord is één, wél of niét gevolgd door opvolgend telwoord.

2      Is ook waar:

o   Telkundige uitkomsten is uitsluitend exact.

3      Conclusie:

o   Telkundige uitkomsten is uitsluitend exact.

12 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Telkundige uitkomsten is uitsluitend exact [11].

2      Is ook waar:

o   Rekenkundige uitkomsten is uitsluitend globaal.

Of.

o   Rekenkundige uitkomsten is zowel exact als globaal.

3      Conclusie:

o   Zie conclusie.

Stel: Rekenkundige uitkomsten is uitsluitend globaal.

 

13 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Rekenkundige uitkomsten is uitsluitend globaal.

o   ß som * ß gedeelte = ß geheel [4 (Als waar is:)].

Ø  Is het dynamisch ß.

Het rekenproces kent zowel meerdere tussenresultaten als één eindresultaat.

Is toegestaan.

o   Getal = 1(+óf-) alef nul(+óf-) is een ß gedeelte van getal(+óf-) alef nul(+óf-) [8 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o   Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o   Stelling: ‘Rekenkundige uitkomsten is uitsluitend globaal’, is onwaar.

14 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Stelling: ‘Rekenkundige uitkomsten is uitsluitend globaal’, is onwaar [13].

2      Is ook waar:

o   Stelling: ‘Rekenkundige uitkomsten is zowel exact als globaal’, is waar.

3      Conclusie:

o   Rekenkundige uitkomsten is zowel exact als globaal.

15 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Tellen is het vaststellen van het precieze aantal van een hoeveelheid objecten door het opnoemen van de telwoorden door herhaaldelijk optellen van het getal één bij de vorige uitkomst [1 (Als waar is:)].

Ø  Bron: Wikipedia.

Ø   

o   Het eerste telwoord is één, wél of niét gevolgd door opvolgend telwoord.

o   Tellen is taal.

2      Is ook waar:

o   Tellen vereist uitsluitend taalvaardigheid.

3      Conclusie:

o   Tellen vereist uitsluitend taalvaardigheid.

16 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Tellen vereist uitsluitend taalvaardigheid [15].

2      Is ook waar:

o   Rekenen vereist uitsluitend rekenvaardigheid.

Of.

o   Rekenen vereist zowel reken- als taalvaardigheid.

3      Conclusie:

o   Zie conclusie.

Stel: Rekenen vereist uitsluitend rekenvaardigheid.

 

17 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Rekenen vereist uitsluitend rekenvaardigheid.

o   Rekenkundige tekens worden in woorden vertaald.

2      Is ook waar:

o   Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o   Stelling: ‘Rekenen vereist uitsluitend rekenvaardigheid’, is onwaar.

18 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Stelling: ‘Rekenen vereist uitsluitend rekenvaardigheid’, is onwaar [17].

2      Is ook waar:

o   Stelling: ‘Rekenen vereist zowel reken- als taalvaardigheid’, is waar.

3      Conclusie:

o   Rekenen vereist zowel reken- als taalvaardigheid.

19 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o   Stelling 1 t/m 18 is waar.

2      Is ook waar:

o   Rekenen en tellen zijn elkaars tegenpolen met tegengestelde kenmerken.

3      Conclusie:

o   Rekenen en tellen zijn elkaars tegenpolen met tegengestelde kenmerken.

5  Bijlagen.

 

o   Afkortingen en symbolen.