Inhoud.
Is
onderverdeeld:
1 Inleiding.
2 Uitgangspunt.
3 Samenvatting.
4 Onderbouwing.
5 Bijlagen.
1 Inleiding.
In
deze module staat de vraag centraal hoe het begrip *wetmatigheid*
formeel-logisch kan worden benaderd in relatie tot de mens en de natuur. We
verkennen wat het betekent om van een ‘wet’ te spreken, en hoe dit begrip zich
beweegt tussen natuurlijke regelmatigheden en menselijke normativiteit. Door
deze begrippen zorgvuldig te analyseren, ontstaat ruimte om te onderzoeken
welke vormen van koppeling tussen mens en natuur denkbaar zijn, en welke
grenzen daarbij zichtbaar worden.
2 Uitgangspunt.
Formele logica.
3 Samenvatting.
Is
onderverdeeld:
1 Algemeen.
2 Conclusie.
3.1 Algemeen.
1.
Voor
mens geldt: is onderhevig aan natuurlijke wetmatigheden.
2.
Voor
oerknal als wetmatigheid geldt: vereist een natuurlijke wet als tegenpool.
3.
Voor
natuurlijke wetten geldt: er is hiervan één.
4.
Voor
IETS (oorzaak natuurlijke wet) geldt: is geest buiten heelal.
5.
Voor
natuurlijke wetmatigheden geldt: kan niét als wet gekoppeld worden aan mens.
Toelichting:
o Het vormt hiermee het
tweede bewijs, volgend op neomodern wetenschappelijke bewijs gebaseerd op
informele logica [door AI gevalideerde module ‘Wet vs. Wetmatigheid’
(natuurfilosoof.nl)].
3.2 Conclusie.
In deze module
hebben we de concepten van wetmatigheid en formele logica grondig onderzocht,
waarbij we de onderliggende structuren en principes hebben belicht die
wetenschappelijke verklaringen en voorspellingen mogelijk maken. We hebben
gezien dat wetmatigheden niet alleen de basis vormen voor empirische
generalisaties, maar ook een cruciale rol spelen in de ontwikkeling van
theoretische modellen binnen de wetenschap.
Door een
formeel-logische analyse toe te passen, hebben we inzicht gekregen in hoe
wetmatigheden kunnen worden geformuleerd, geëvalueerd en toegepast. We hebben
de noodzaak van precisie en consistentie in de formulering van wetmatigheden
benadrukt, evenals de rol van deductieve en inductieve redeneringen in het
wetenschappelijk proces. Deze analyse heeft ons in staat gesteld om de
complexiteit van wetmatigheden te doorgronden en hun betekenis in verschillende
wetenschappelijke disciplines te waarderen.
Bovendien
hebben we de beperkingen en uitdagingen besproken die gepaard gaan met het
gebruik van wetmatigheden, zoals de invloed van context, de rol van anomalieën
en de dynamiek van wetenschappelijke vooruitgang. Het is duidelijk geworden dat
wetmatigheden niet statisch zijn, maar eerder evolueren naarmate ons begrip van
de wereld zich ontwikkelt.
Samenvattend
biedt deze module niet alleen een formele logische basis voor het begrip van
wetmatigheden, maar ook een kritische reflectie op hun rol in de wetenschap.
Dit inzicht is essentieel voor zowel wetenschappers als filosofen, en het opent
de deur naar verdere verkenning van de fundamenten van kennis en de methoden
van wetenschappelijk onderzoek. Door deze kennis toe te passen, kunnen we niet
alleen bestaande wetmatigheden beter begrijpen, maar ook nieuwe inzichten en
theorieën ontwikkelen die ons begrip van de wereld verder verrijken.
4 Onderbouwing.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor de oerknal geldt: is een concrete natuurlijke verandering.
2a Voor concrete natuurlijke veranderingen geldt: is geen wet.
Toelichting:
o
2.1a Voor wet geldt: is oorzaak.
o
2.2i Voor wetmatigheid
geldt: is gevolg.
o
2.3i Voor wet geldt: is tegenpool van
wetmatigheid.
3a Voor wet geldt: is tegenpool van wetmatigheid.
Toelichting:
o
3.1a
Dit omdat stelling 2.3i waar is.
4i Voor de oerknal geldt: is een eenmalige natuurlijke
wetmatigheid.
Toelichting:
o
4.1a Voor meerdere natuurlijke
wetmatigheden geldt: is niét uniek.
o
4.2i Voor één natuurlijke
wetmatigheid (oerknal) geldt: is wél uniek.
4a Voor de oerknal geldt: is een eenmalige natuurlijke wetmatigheid.
Toelichting:
o
4.1a Voor stelling 4a geldt: is kopie van 4i.
5a Voor oerknal geldt: is het centrale begin van natuur.
6a Voor al het zijnde geldt: is uit oerknal voortgekomen.
7a Voor al het zijnde geldt: kenmerken komen voort uit oerknal.
8i Voor al het zijnde geldt: is onderhevig aan natuurlijke
wetmatigheden.
8a Voor al het zijnde geldt: is onderhevig aan natuurlijke
wetmatigheden.
Toelichting:
o
8.1a Voor stelling 8a geldt: is kopie van 8i.
9a Voor mens geldt: maakt deel uit van het
zijnde.
10i Voor mens geldt: is onderhevig aan
natuurlijke wetmatigheden.
3a Voor wet geldt: is tegenpool van wetmatigheid.
Toelichting:
o
3.1a Dit omdat stelling 2.3i waar is.
11i Voor natuurlijke wetmatigheid geldt: vereist
een natuurlijke wet als tegenpool.
8a Voor al het zijnde geldt: is onderhevig aan natuurlijke
wetmatigheden.
Toelichting:
o
8.1a Voor stelling 8a geldt: is kopie van 8i.
4a Voor de oerknal geldt: is een eenmalige natuurlijke wetmatigheid.
Toelichting:
o
4.1a Voor stelling 4a geldt: is kopie van 4i.
7a Voor al het zijnde geldt: kenmerken komen voort uit oerknal.
11a Voor natuurlijke wetmatigheid geldt: vereist een natuurlijke wet
als tegenpool.
Toelichting:
o
11.1a Voor stelling 11a geldt: is kopie van 11i.
12i Voor oerknal als wetmatigheid geldt: vereist
een natuurlijke wet als tegenpool.
13a Voor wetmatigheid geldt: is gevolg.
14a Voor wet geldt: is oorzaak.
15i Voor wetmatigheid geldt: heeft wet als
tegenpool.
15a Voor wetmatigheid geldt: heeft wet als tegenpool.
Toelichting:
o
15.1a Voor stelling 15a geldt: is kopie van 15i.
19i Iets kan niet tegelijkertijd wet en
wetmatigheid zijn.
15a Voor wetmatigheid geldt: heeft wet als tegenpool.
Toelichting:
o
15.1a Voor stelling 15a geldt: is kopie van 15i.
16a Voor natuurlijke wetmatigheid geldt: is
subtype van wetmatigheid.
17a Voor natuurlijke wet geldt: is subtype van
wet.
18a Voor mens als onnatuurlijke wetgever geldt: is
niet in staat tot beïnvloeding van natuurlijke wetmatigheden.
19a Iets kan niet tegelijkertijd wet en
wetmatigheid zijn.
20i Voor tegenpoolrelatie wet vs. wetmatigheid
geldt: is structureel subtype-gevoelig.
Toelichting:
o
20.1i
Voor tegenpoolrelatie wet vs.
wetmatigheid geldt: is symmetrisch in vorm** (als A
↔ B, dan ook B ↔ A).
o
20.2i Voor tegenpoolrelatie wet vs. wetmatigheid
geldt: is complementair in inhoud (ze vullen elkaar
aan tot een geheel, zonder elkaars spiegelbeeld te zijn).
21i Voor natuurlijke wetmatigheid geldt: heeft
natuurlijke wet als tegenpool.
22a Voor zwaartekracht geldt: is een natuurlijke
wetmatigheid.
23a Voor elektromagnetische kracht geldt: is een
natuurlijke wetmatigheid.
24i Voor natuurlijke wetmatigheden geldt: er is
hiervan meerdere.
24a Voor natuurlijke wetmatigheden geldt: er is hiervan meerdere.
Toelichting:
o
24.1a Voor stelling 24a geldt: is kopie van 24i.
21a Voor natuurlijke wetmatigheid geldt: heeft natuurlijke wet als
tegenpool.
Toelichting:
o
21.1a Voor stelling 21a geldt: is kopie van 21i.
25i Voor natuurlijke wetten geldt:
er is hiervan één.
Toelichting:
o
25.1a
Dit omdat de eerste stelling valide is.
25a Voor natuurlijke wetten geldt: er is hiervan één.
Toelichting:
o
25.1a Voor stelling 25a geldt: is kopie van 25i.
4a Voor de oerknal geldt: is een eenmalige natuurlijke wetmatigheid.
Toelichting:
o
4.1a Voor stelling 4a geldt: is kopie van 4i.
8a Voor al het zijnde geldt: is onderhevig aan natuurlijke
wetmatigheden.
Toelichting:
o
8.1a Voor stelling 8a geldt: is kopie van 8i.
19a Iets kan niet tegelijkertijd wet en wetmatigheid zijn.
Toelichting:
o
19.1a Voor stelling 19a geldt: is kopie van 19i.
21a Voor natuurlijke wetmatigheid geldt: heeft natuurlijke wet als
tegenpool.
Toelichting:
o
21.1a Voor stelling 21a geldt: is kopie van 21i.
26a Uit NIETS kan niet IETS (oorzaak natuurlijke
wet) ontstaan.
27i Voor IETS (oorzaak natuurlijke wet) geldt:
bevindt zich buiten heelal.
27a Voor IETS (oorzaak natuurlijke wet) geldt: bevindt zich buiten
heelal.
Toelichting:
o
27.1a Voor stelling 27a geldt: is kopie van 27i.
28a Voor oorzaak wet geldt: is geest.
29i Voor IETS (oorzaak natuurlijke wet) geldt: is
geest buiten heelal.
27a Voor IETS (oorzaak natuurlijke wet) geldt: bevindt zich buiten
heelal.
Toelichting:
o
27.1a Voor stelling 27a geldt: is kopie van 27i.
21a Voor natuurlijke wetmatigheid geldt: heeft natuurlijke wet als
tegenpool.
Toelichting:
o
21.1a Voor stelling 21a geldt: is kopie van 21i.
24a Voor natuurlijke wetmatigheden geldt: er is
hiervan meerdere.
25a Voor natuurlijke wetten geldt: er is hiervan
één.
30i Voor natuurlijke wetmatigheden geldt: kan
wél gekoppeld worden aan mens.
30a Voor natuurlijke wetmatigheden geldt:
kan wél gekoppeld worden aan mens.
Toelichting:
o
30.1a Voor stelling 30a geldt: is kopie van 30i.
31i Voor onnatuurlijke wet
(bijv. wegenverkeerswet) geldt: kan wél gekoppeld worden aan mens.
30a Voor natuurlijke wetmatigheden geldt: kan wél gekoppeld worden aan
mens.
Toelichting:
o
30.1a Voor stelling 30a geldt: is kopie van 30i.
8a Voor
al het zijnde geldt: is onderhevig aan natuurlijke wetmatigheden.
Toelichting:
o
8.1a Voor stelling 8a geldt: is kopie van 8i.
21a Voor natuurlijke wetmatigheid geldt: heeft natuurlijke wet als
tegenpool.
Toelichting:
o
21.1a Voor stelling 21a geldt: is kopie van 21i.
25a Voor natuurlijke wetten geldt: er is hiervan
één.
32i Voor natuurlijke wetmatigheden geldt: kan
niét als wet gekoppeld worden aan mens.
Toelichting:
o
32.1a Het vormt hiermee het tweede bewijs, volgend
op neomodern wetenschappelijke bewijs gebaseerd op informele logica [door AI
gevalideerde module ‘Wet vs. Wetmatigheid’ (natuurfilosoof.nl)].
5 Bijlagen.
Geen.